Geschiedenis Was je in de Gouden Eeuw koopman van formaat, dan kocht je enkele kavels grond en je liet een tweede huis bouwen buiten de muren van de stad. In de tijd dat Frankendael is gebouwd, verrezen ruim veertig hofsteden en buitenplaatsen onder andere langs rivieren als de Vecht en de Amstel, maar ook in de recent drooggelegde polder de Meer. De meest begerenswaardige waren de hofsteden, waar Huize Frankendael er een van was. In de hofstede genoten de welgestelde bewoners van de rust en de natuur als tegenhanger van het dagelijks leven in de stad. Hofsteden spraken ook toen al tot de verbeelding en werden dan ook door verschillende schrijvers en dichters beschreven en door vele schilders en tekenaars vastgelegd.

Huize Frankendael © Stadsarchief

Eigenaren en bewoners
Vanaf ongeveer 1660 tot 2005 hebben 18 bewoners c.q. eigenaren voor korte of langere tijd van Huize Frankendael hun woonhuis, buitenverblijf of investeringsobject gemaakt. Allen hebben zij op Frankendael hun sporen nagelaten. Zij hebben hun eigen stempel gedrukt, maar ook die van hun tijd. Samen hebben ze getekend voor de geschiedenis van het huis en het omliggende park.

Eigenaren Huize Frankendael van bouw tot nu:
1. Nicolaas Van Liebergen 1660–1693
2. Izaak Balde 1693–1742
3. Catharina Balde en Jan Jacob Vermeeren 1742–1758
4. Suzanne Gertruy Vermeeren en Jan Pieter Bols 1759
5. Jan Gildemeester Sr. en Maria Ketter (Cathers) 1759–1779
6. Jan Gildemeesters Janszoon 1779–1799
7. Anthony Dull en Marianne Dohrmann 1800–1834
8. Cornelis Proot 1835–1849
9. Pieter Proot 1849–1866
10. J.T Scholten 1866–1867
11. J.C. Knook en J.C. Groenewegen 1867–1882
12. Gemeente Amsterdam 1882–heden

Bewoners:
13. Leerlingen Internaat Tuinbouwschool ‘Linnaeus’ 1882–1894
14. Familie Zwart 1894–1921
15. J.R Koning 1923–1958
16. B. Merkelbach 1956–1961
17. Sociaal Cultureel Wijkcentrum Watergraafsmeer 1958–1982
18. Familie Mr. Ph. J. van Vliet - B. Merkelbach 1985–2005

V.O.C.
De eerste bewoner was de heer Nicolaas Van Liebergen. Hij liet, als rijke ingezetene van Watergraafsmeer, het huis door een onbekend gebleven architect bouwen. Nicolaas bekleedde vanaf 1662 het ambt van Hoogheemraad en schepen van Watergraafsmeer. De status van een hofstede was voor de uitoefening van zijn ambt van belang. Van Liebergen leefde in de Gouden Eeuw. Eeuw van de VOC, Rembrandt en Vermeer en de eeuw waarin de eerste gedichten van Joost van den Vondel het licht zagen.

Hofstede Balde © Stadsarchief

Vrijheid, gasten uit de buurt
Izaak Balde gaf de naam Frankendael. De oorsprong van de naam is Frankenthal, een plaatsje bij Worms in de Paltz, waar zijn ouders vanwege hun geloof – zij waren Lutherianen – uit Engeland via Vlissingen naartoe moesten vluchten. In Frankenthal konden zij hun geloof uitoefenen zonder verketterd te worden. Frankenthal stond in die zin voor vrijheid. Als ‘nijvere burger hield Izaak zich bezig met de handel en productie van laken en gobelins. Zo kon hij zich een tweede huis buiten de poorten van Amsterdam veroorloven waar hij voorname heren met hun vrouwen en kinderen uitnodigde. De meeste van hen kwamen uit de hofsteden uit de buurt.

Gildemeesters op Frankendael © RKD

Zomerverblijf
Toen Izaak in 1742 ongehuwd stierf, erfde zijn nicht en haar man; Catharina Balde en Jan Jacob Vermeeren de hofstede. De koopman en zijn vrouw woonden alleen ’s zomers, tot oktober, op Frankendael. De rest van het jaar woonden ze op de Keizersgracht bij de Westermarkt.

 


Kunst en Walvisvaart
Jan Gildemeester Jansz. erfde de hofstede van zijn vader, handelsman Jan Gildemeester Sr. Hij begon al op jonge leeftijd met het aanleggen van een kunstverzameling die langzamerhand uitgroeide tot een collectie die ver over de grens bekend was. Een gedeelte van die collectie hing hij op in Frankendael.
In 1778 werd hij benoemd tot consul-generaal van Portugal voor de republiek, een functie die hij uitoefende naast zijn werkzaamheden in de walvisvaart. Eén van zijn schepen die naar Groenland en Noorwegen voeren droeg de naam ‘Frankendael’. Toen Jan Gildemeester Jansz. In 1799 stierf, liet hij niet alleen Frankendael, maar ook zijn kunstcollectie na. Van de schilderijen en kunstvoorwerpen van o.a. Paulus Potter, Rembrandt en Vermeer bevinden zich momenteel een aantal op Buckingham Palace.

Erfgename
Anthony Dull, Heemraad en Schepen van Watergraafsmeer bewoonde Frankendael tot 1835 en bewoonde de hofstede met meer luxe. Zijn vrouw, Marianne Dohrmann, erfde in 1799 een som geld en de inboedel van Jan Gildemeester Janszoon. Van deze erfenis kochten zij Frankendael. Marianne en Jan Janszoon hadden elkaar in Portugal onder bijzondere omstandigheden ontmoet. Tijdens de aardbeving in 1734, verloor zij op jonge leeftijd haar ouders. Ze werd liefderijk opgenomen in het gezin van Daniel Gildemeester, de oom van Jan Janszoon Gildemeester. Toen Jan in Portugal aan het begin van zijn loopbaan bij zijn oom in de zaak werkte, leerde hij Marianne kennen. Uiteindelijk verhuisde ook zij weer naar Amsterdam en trouwde hier – wellicht tot verdriet van Jan Janszoon - met Anthony Dull.

 

Tuinbouwschool © Stadsarchief

Pleziertuin en de Pinksterdrie
Pieter Proot erfde Frankendael van zijn broer Cornelis en maakte de hofstede tot pleziertuin. Dit was de tijd van feesten, diners, collatieons (koude buffetten) en men kon er drie dagen per week room krijgen. De ruimtes konden in deze tijd al worden afgehuurd. Frankendael werd een van de meest bezochte theetuinen van Amsterdam. De burgerij dronk thee of iets sterkers in de tuin en de jeugd genoot er van schommels en wippen. Frankendael was eigenlijk de eerste speeltuin van Amsterdam! Op bepaalde feestdagen werden activiteiten georganiseerd zoals ‘dauwtrappen’ en ‘hemelvaren’ op hemelvaartsdag en ‘Pinksterdrie’ op de Tweede Pinksterdag. Op die dagen kwamen feestvierders uit de stad (vooral uit de Jordaan) en uit de buurt om de dag te genieten van buitenlucht, rozengeur, ‘parfait d’amour en dubbele anissette, ’t scharrebier en talrijke andere geestrijke versnaperingen. De pleziertuin genoot bekendheid tot ver over de stadsgrenzen van Amsterdam.

 

Leerlingen tuinbouwschool © Stadsarchief

Botanische les
Maar aan alle plezier komt een eind. In 1866 werd Frankendael verkocht, om uiteindelijk in de handen van de Nederlandsche Tuinbouw Maatschappij Linnaeus te komen. Er werd niet alleen een kwekerij gesticht, waar bomen, planten en tuinbouwproducten werden verhandeld, maar er werd ook tuinbouwonderwijs gegeven. Huize Frankendael werd het hoofdgebouw. Er was een kamer der gelastigden, een eetzaal en een boekerij.
De bovenverdieping fungeerde als nachtverblijf, later internaat, voor de leerlingen. In de voorgevel werd een borstbeeld van Linnaeus (1707-1778) aangebracht. Op zijn geboortedag 13 mei werd hij jaarlijks vereerd met een vaas verse bloemen. In deze tijd werd Frankendael een aantal malen Koninklijk bezocht. Zo speelde de toenmalige prinses Wilhelmina veel op Frankendael toe zij jong was. In het gastenboek, dat ter inzage ligt in het Stadsarchief, getuigen Koninklijke handtekeningen van deze bezoeken. In deze tijd konden Amsterdammers lid worden van Frankendael. Er werden door het orkest van het Paleis voor Volksvlijt onder leiding van J.M.Coenen concerten gegeven.
Ook organiseerde de vereniging ‘Floralia’ botanische tentoonstellingen, waar tevens kinderspelen voor het kroost van de botanisten op touw werden gezet. Het tuinbouwonderwijs werd na 1882 voortgezet onder de vlag van de Gemeente Amsterdam als eigenaar van Frankendael. In deze periode werden massalessen gegeven in de buitenlucht met soms wel 1000 leerlingen per les.

 

Openluchttheater © Stadsarchief

Openluchttheater
Vanaf 1927 was het openluchttheater – dat uiteindelijk met de grond gelijk is gemaakt – in de zomer het middelpunt van vermaak en vertier voor de Amsterdamse toneelliefhebbers. Eduard Verkade speelde er met Het Verenigd Toneel klassieke stukken, abele spelen en oud-Nederlandse Comedies en Kluchten zoals ‘Lanseloet’, Hamlet, MacBeth en Elckerlije. Dit toneel behoorde ‘tot het allerbeste uit onze schat van vaderlandse toneelkunst.’ Door de oorlog kwam hier, net als de jaarlijkse Koninginnedagviering, jammer genoeg een einde aan. Pas in 1977 organiseerde men weer zomerfestiviteiten op Frankendael.

Zeldzame bomen
Bomen en gewassen rondom Huize Frankendael zijn goed bewaard gebleven. Niet in de laatste plaats de verdienste van Hoofd Gemeente Beplantingen Dhr. H.C. Zwart (1851-1923), die na de brand van 1894 in de school ‘Linnaeus’ met zijn familie op Frankendael ging wonen.

Smaak
Zijn opvolger, de heer J.R. de Koning (1890-1968) bewoonde de oude hofstede met liefde en smaak. Zo organiseerde hij samen met de directeur van het Stedelijk Museum (Dhr. D.C. Roëll) de tentoonstelling Amstel, Vecht en Zaan (september 1943) in het Stedelijk Museum.

 

Merkelbach

De schouw van de burgemeester
Ook stadsbouwmeester B. Merkelbach (1901-1961) bewoonde Frankendael met veel respect voor het historisch erfgoed. Als architect ontwierp hij onder andere het studiogebouw van de AVRO (1936) en tekende hij voor de verbouwing van Frankendael in 1951. Bij de restauratie van de oude schouw in de voorkamer, gebruikte hij de oude marmeren schouw uit de burgemeesterswoning aan de herengracht. Deze schouw is nog aanwezig op die plek.

Familieleven
De laatste bewoners, de familie Ph. J. van Vliet – B. Merkelbach bewoonden Frankendael met veel liefde en toewijding. Met eigen ogen hebben wij de kunstverzameling van mevrouw van Vliet zien hangen; een indrukwekkende collectie waar zij terecht trots op was. Het mozaïek in de keuken is illustratief voor het gezinsleven van de familie Merkelbach - van Vliet. Dit mozaïek, dat momenteel nog in de keuken hangt, blijft ook na de restauratie bewaard. Het zal waarschijnlijk in het rechterkoetshuis komen te hangen als een van de erfstukken van de rijke historie van het pand.